TURKIJETIPS
www.turkijetips.nl

Landbouw, veehouderij, bosbouw en visserij

 

De productie van de agrarische sector maakt Turkije vrijwel autarkisch op het gebied van de voedselvoorziening. Ongeveer eenderde deel van het totale grondgebied is in cultuur gebracht, waarvan echter grote delen te lijden hebben onder erosie en verwaarlozing. Er wordt relatief weinig gebruik gemaakt van irrigatie. De meeste bedrijven zijn vrij klein; 50% van de boeren bezit minder dan 5 ha land. Ongeveer eenderde deel van de agrarische beroepsbevolking bestaat uit pachters of landloze arbeiders. Ondanks landhervormingen (bijv. in 1945 en 1973) is de ongelijke verdeling van grond blijven bestaan. De versnippering staat grootschalige gemechaniseerde landbouw vaak in de weg. Sinds 1963 bestaan er verschillende vormen van agrarische coöperaties. De agrarische productie, overwegend voor de binnenlandse markt, groeide in de jaren tachtig gemiddeld 4% per jaar. Het aandeel van landbouwproducten in het exportpakket daalde. Met de voltooiing van de Atatürkdam in Oost-Turkije hoopt men in de jaren negentig het landbouwareaal en daarmee de productie aanzienlijk te kunnen uitbreiden.

 

 

De helft van de landbouwgronden, vooral op het centrale hoogland, wordt benut voor de verbouw van granen, vooral tarwe en in mindere mate gerst, rogge en haver. Langs de Zwarte-Zeekust worden maïs en thee verbouwd. Lokaal produceert men rijst en suikerbieten. In de vruchtbare streken langs de Egeïsche en de Zwarte Zee is groenteteelt en worden druiven, vijgen en olijven verbouwd. Bij Trabzon worden op grote schaal hazelnoten geteeld, terwijl Samsun bekend is om zijn tabaksproductie. De productie van papaver voor de farmaceutische industrie (opium), tussen 1972 en 1974 verboden, geschiedt onder staatstoezicht, vooral nabij Afyon. Vooral de productie van het belangrijkste exportproduct katoen (omgeving Izmir en Adana) neemt mede door de mechanisatie toe. Veehouderij heeft vooral plaats op de hoogvlakte. Bijna 50 miljoen schapen van het Karamantype leveren melk, vlees en huiden. Een betere kwaliteit wol leveren de bij Bursa geïntroduceerde merinoschapen. De angorageit levert de mohairwol. Overbegrazing vormt in Turkije een probleem. Bosbouw is van betekenis voor de productie van timmer- en brandhout. Ongeveer eenvierde deel van het landoppervlak bestaat uit bosgebied. 85% van alle bossen zijn staatsbezit. Visserij rond Istanbul, langs de Zwarte-Zeekust en de Golf van Iskenderun is van geringe betekenis, mede door eerdere overbevissing.

 

 

Mijnbouw en energievoorziening

Vooral het oostelijk gedeelte van Turkije is rijk aan delfstoffen. Chroom wordt hoofdzakelijk gewonnen in het zuidoosten (bij Iskenderun), bij Antalya en rond Eskishehir. Turkije is de vierde chroomproducent van de wereld. De Turkish Iron and Steel Corporation exploiteert ijzererts tussen Sivas en Erzurum. Langs de kust van de Zwarte Zee wordt een slechte kwaliteit steenkool gedolven. In West-Anatolië vindt in dagbouw bruinkool(ligniet)winning plaats (Turkije is de zevende bruinkoolproducent van de wereld). De betekenis van de bauxietwinning is aanzienlijk toegenomen. Voorts worden er nog koper, zink, fosfaat, wolfraam, magnesium en kwik gedolven. In het zuidoosten, bij Iskenderun en Batman, wordt aardolie gewonnen, maar de reserves zijn niet groot. Er zijn aardolieraffinaderijen te Mersin, Izmit, Batman en Aliaga (bij Iskenderun). Een pijpleiding verbindt de olievelden van Batman met de haven Dörtyol. Sinds 1977 is er een pijpleiding die de olievelden van Kirkuk (Irak) verbindt met Iskenderun. Volgens een wet uit 1980 zijn buitenlandse investeringen in de winning van delfstoffen in Turkije mogelijk tot 49%. De staat is bij de delfstofwinning betrokken via o.a. de Mining Investment Bank en de Turkish Petroleum Corporation.

 

De energievoorziening vindt plaats door eigen en bovenal geïmporteerde aardolie (vooral uit Irak en Iran), brandhout en steenkool. In toenemende mate wordt ook energie opgewekt door middel van waterkrachtcentrales. Het Grote Anatolië Project, (GAP) met de bouw van een stuwdammencomplex in de Eufraat, moet voor een aanzienlijke uitbreiding van de productie van hydro-energie leiden (Keban-, Karakaya- en Atatürkdam). Er zijn contracten gesloten met een aantal voormalige sovjetrepublieken betreffende de levering van aardolie en -gas.

 

Industrie

Het kleinbedrijf (minder dan vijf werknemers) overheerst. De voornaamste bedrijfstakken zijn de katoen- en de confectie-industrie, die tevens een groot deel van de industriële export voor hun rekening nemen. Grote ijzer- en staalfabrieken bevinden zich in Iskenderun, Eregli en Karabük. Er zijn enkele tientallen cementfabrieken. De suiker- en papierindustrie (Izmir) zijn in staatshanden, evenals de petrochemische industrieën in Izmit en Aliaga. De auto-industrie, vnl. assemblage, komt op in de grote steden. De meeste industrie (tabak, chemie, farmacie, kunstmest, leer, glas, frisdranken, verwerkende industrie) is geconcentreerd in de grote steden Istanbul, Ankara en Izmir. Nieuwe industriële centra zijn Iskenderun en Adana. Naast de gemechaniseerde industrie is het traditionele ambacht nog sterk vertegenwoordigd.


Handel

Vraag een Turk wat zijn beroep is, dan is er een gerede kans dat hij 'handelaar' zegt. Turkije is het land van de handel, de hele bevolking lijkt zich met deze bedrijfstak bezig te houden. In de kleine steegjes van Istanbul zijn overdekte bazaars, waarin alles beweegt. de handelaars verkopen eau de cologne, zakmessen, gebakjes, Turks fruit (Lokum), aanstekers, tassen, wasmachines, tapijten, noem maar op. De handelsgeest is ontstaan tijdens de Osmaanse Rijk, toen er een vrije markteconomie was. Ook nu nog gaan de goederen driftig van hand tot hand. Het overhandelen over de prijs neemt daarbij een belangrijke plaats in. Nu is het zo dat er in Turkije al lang vaste prijzen bestaan van normale gebruiksgoederen, maar op de markt of in een klein snuisterijenwinkeltje kunnen de toeristen proberen wat van de prijs af te knabbelen. Afdingen heet het. De verkopers zijn uiterst geraffineerd, klagen steen en been als er een te lage prijs wordt gevraagd, maar het hoort allemaal bij het spel. Vooral de tapijthandelaren uit Kayseri kunnen er wat van. Er wordt gefluisterd dat een verkoper uit Kayseri in staat is zijn moeder te schminken tot een jonge maagd om haar nog eens op de huwelijksmarkt te verkopen.

 

Lokum (Turks Fruit) soorten

 

Turkije: economisch beleid


Economisch beleid tussen 1980-2000
Gedurende de jaren 80 en 90 richtte het economische beleid van opeenvolgende Turkse regeringen zich op het openen van de economie voor handel en investeringen. In deze periode is de Turkse lira vrij inwisselbaar geworden en is het importregime geliberaliseerd. Ook zijn er staatsbedrijven geprivatiseerd en heeft Turkije geprobeerd buitenlandse investeringen aan te trekken. Maar het overheidsbeleid kenmerkte zich ook door oplopende begrotingstekorten, waarbij publieke bestedingen ondoorzichtig en inefficiënt waren. Het beleid leidde tot stijgende inflatie en rentevoeten met als resultaat een instabiele macro-economische omgeving. De economie dreef niet zozeer op de ontwikkeling van de industrie, handel en diensten, maar op inefficiënte activiteiten als het speculeren op wisselkoersontwikkelingen en risicoloos geachte beleggingen in de overheidsschuld.


Door de ongestructureerde manier waarop deregulering werd doorgevoerd, werd het eenvoudig om een licentie te krijgen voor het openen van een bank. De snelgroeiende bancaire sector legde zich vervolgens niet toe op het faciliteren van investeringen door de private sector, maar op het financieren van de oplopende overheidsschuld. Het benodigde kapitaal hiervoor werd aangetrokken in het buitenland en vervolgens winstgevend ingezet voor de aanschaf van staatsobligaties. De Centrale Bank werd hierbij benut om lira's bij te drukken om zo de tekorten te financieren.

 

Crises van november 2000 en februari 2001
Uiteindelijk leidde de combinatie van onverantwoord budgettair beleid, oplopende staatsschuld, ongereguleerd bankwezen, een overgewaardeerde munt (wegens koppeling aan de US dollar) en een te groot handelstekort, tot twee onvermijdelijke financiële en economische crises in november 2000 en februari 2001. Tijdens de crises kromp de economie met 10 procent en gingen ongeveer 20 banken failliet of stopten met hun activiteiten. De kosten voor de schatkist bedroegen 45 miljard US dollar, wat gelijk was aan 25 procent van het bnp in die tijd.

 

Economisch beleid na de crises
Sinds de crises implementeert Turkije een omvangrijk, door het IMF aangestuurd hervormingsprogramma. Het beleid richt zich op strikte begrotingsdiscipline, het terugdringen van de rol van de overheid in de economie (via privatiseringen), een onafhankelijke Centrale Bank en versterking van (het toezicht op) de financiële sector. De structurele hervormingen richten zich op privatisering, liberalisering, een transparante publieke sector, marktwerking, hervorming van de sociale sector en een beter investeringsklimaat. Daarnaast helpt het IMF Turkije te voldoen aan de (overlappende) voorwaarden van de EU voor mogelijke toetreding.


De meest in het oog springende resultaten betreffen de succesvolle sanering en privatisering van de financiële sector, het herstel van de macro-economische stabiliteit en de economische opleving sinds de crises. De groei van het bbp bedroeg in 2005 7,8 procent en in 2006 naar schatting 6,1 procent, waarin de toename van de export een belangrijke factor heeft gespeeld. Daarnaast is de inflatie gedaald. In 2001, het jaar van de grote economische crisis, bedroeg de inflatie nog 68,5 procent. De inflatie in 2006 bedroeg naar schatting 9,5 procent. Ook de netto publieke schuldenratio en het begrotingstekort (momenteel onder de 3 procent) zijn afgenomen.


Aandachtspunt is het tekort op de lopende rekening, dat met percentages in 2004 van 5,5 procent van het bbp en in 2005 van 6,4 procent fors te noemen is. In 2006 bedroeg het tekort zelfs 8 procent van het bbp.


Ook de ontwikkeling van de Turkse lira in 2006 was aanleiding voor zorgen, toen de lira deprecieerde met 30 procent ten opzichte van de euro. Oorzaken naast interne economische onevenwichtigheden, zijn ook externe economische factoren, zoals oplopende rentevoeten in de VS en politieke strubbelingen, de verkiezingen en de commotie rondom de benoeming van een nieuwe president van de Centrale Bank. Door vertrouwenwekkende maatregelen van de Centrale Bank zoals renteverhogingen en het benadrukken van haar onafhankelijkheid, heeft de lira zich goed hersteld. Van het dieptepunt eind juni 2006 waarop voor 1 euro ongeveer 2 Turkse lira moest worden betaald, is de Turkse lira eind 2006 teruggekrabbeld naar een verhouding van 1,85 Turkse lira voor 1 euro. De huidige verhouding is 1,81 Turkse lira voor 1 euro.


Het door schuldendiensten beheerste begrotingsbeleid (30 procent van de begroting wordt aan rentebetalingen besteed), het huidige inefficiënte belastingsysteem en de grote informele sector, zijn de overige aandachtspunten voor de Turkse regering bij het vormgeven en uitvoeren van haar economische beleid.

 

Buitenlandse investeringen en privatisering
Vanaf 2005 trokken de buitenlandse investeringen aan. Er werd dat jaar maar liefst 9,6 miljard US dollar geïnvesteerd. Jarenlang trok Turkije jaarlijks amper 1 miljard US dollar aan (minder dan 1 procent van het bnp). In 2006 is het bedrag dat Turkije ontving aan buitenlandse investeringen nog eens verdubbeld en kwam uit op 20,2 miljard US dollar. De aanhoudend stabiele macro-economische situatie, de EU-toetredingsonderhandelingen en hervormingen van het investeringsklimaat, hebben bijgedragen aan de enorme toename van buitenlandse investeringen in Turkije. De verwachting is dat in de nabije toekomst buitenlands investeren in Turkse mijnen toegankelijker wordt, terwijl beperkingen voor de binnenlandse luchtvaart, zeetransport en de mediabranche gehandhaafd zullen blijven.
In 2006 werd 8,1 miljard US dollar binnengehaald met privatisering. In 2005 en 2006 is een aantal grote staatsbedrijven geprivatiseerd (bijvoorbeeld Turk Telekom). Men verwacht dat het privatiseringsproces wordt versneld. Het privatiseringsproces in de elektriciteitssector moet in 2009 al zijn afgerond.

 

Stand van zaken met betrekking tot IMF
Eind 2004 beëindigde Turkije een volledig IMF-programma. Het betrof een van de grootste Stand-By Arrangementen wereldwijd, met een waarde van 20 miljard US dollar. In de zomer van 2005 werd overeenstemming bereikt over een nieuw driejarig IMF Stand-By Arrangement met een waarde van 10 miljard US dollar.Het akkoord gaat uit van een streng fiscaal beleid, om zo de fiscale stabiliteit te waarborgen. In 2006 en in het begin van 2007 is hier niet helemaal aan voldaan door de verkiezingscampagne. Daarnaast is in het akkoord afgesproken dat er meer marktwerking moet worden gestimuleerd en dat meer buitenlandse investeringen moeten worden aangetrokken. Inmiddels zijn de benodigde wetten voor hervorming op deze gebieden aangenomen en zijn de derde en vierde IMF-reviews in september 2006 succesvol afgerond. Op grond hiervan zal Turkije 1,9 miljard US dollar ontvangen. Ongeveer 13 procent van de Turkse staatsschuld bestaat uit een schuld aan het IMF. Het akkoord met het IMF zal begin 2008 aflopen.


Bronnen:

-Microsoft Encarta 99 Encyclopedia (Winkler Prins editie)

-EVD.nl