TURKIJETIPS
www.turkijetips.nl

Landschap

Het hoogland van Anatolië kan als het kernlandschap van Turkije worden beschouwd. Het bestaat uit een ca. 2000–2500 m hoge, boomloze, deels woestijnachtige hoogvlakte, in het noorden en in het zuiden door hoge randgebergten, resp. het Pontisch Gebergte en de Taurus, omgeven, beide met een groot aantal toppen van 3000 m en meer. Naar de Egeďsche zijde lost het hoogland zich op in een aantal kleinere gebergten, diep ingesneden door in oost-westrichting verlopende dalen. Op het hoogland, doch in een opmerkelijk excentrische, zuidwestelijke ligging, bevindt zich een gebied zonder afvloeiing, dat ongeveer eenderde van het gehele hoogland in beslag neemt. Het bestaat voor een groot deel uit zoutsteppen, afgewisseld met zoutmoerassen en zoutpannen, en vormt het overblijfsel van een zoetwaterbinnenzee, die sedert het Tertiair Anatolië geheel bedekte, doch die na een periode van uitdroging geheel is verdwenen. Het door uitlogen vrijgekomen bodemzout werd met het overblijvende water naar het laagste punt van het gebied gevoerd, waar het op 940 m hoogte het Tuz Gölü (= Zoutmeer; ca. 1650 km2) vormde. Ook in het zuidwesten van het afvoerloze gebied vormden zich zoutmeren. Langs de gehele kust van het schiereiland loopt een smalle vlakte die zich slechts op twee punten verbreedt, nl. bij Adana, in de bocht van de Middellandse Zee bij de Syrische grens, waar zij een alluviale riviervlakte vormt, en vooral aan de Egeďsche kust, waar de rivieren brede en diep in het land dringende dalen hebben gevormd.

 

Erciyes berg

 

Het Armeense Hoogland begint ongeveer op de lijn waar het schiereiland Klein-Azië uit de continentale hoofdmassa naar voren treedt; de ketens van Pontisch Gebergte en Antitaurus komen hier tot een nauwe bundel samen en waaieren daarop weer naar het oosten zodanig uit dat een groot, vrijwel geheel uit vulkanische gesteenten bestaand hoogland wordt gevormd: Armenië. De gemiddelde hoogte hiervan bedraagt ca. 1650 m; in het noorden en zuiden stijgt het echter in zijn randgebergten tot meer dan 4000 m. De begrenzing van Armenië als natuurlandschap ligt deels buiten de Turkse grens (in Iran, Georgië en Azerbajdzjan). In het uiterste oosten ligt Turkijes hoogste berg, de Ararat (5156 m). In het zuidoosten van Armenië bevindt zich evenals in Anatolië een afvoerloos gebied, met in het midden op ca. 1718 m het Vanmeer (3750 km2). De sterke tektonische activiteit in het gebied waarin Turkije ligt, blijkt uit het veelvuldig optreden van aardbevingen, dikwijls van zeer verwoestend karakter. Vulkanisme is eveneens over heel Turkije verbreid, doch het sterkst geconcentreerd in Armenië. In West-Anatolië begon de vulkanische activiteit na een lange rustpoos sedert 1924 opnieuw. Europees Turkije is een grotendeels laag gelegen landschap met talrijke moerassen.

 

Rivieren en meren

Turkije bezit weinig rivieren, die bovendien vrijwel geen van alle geschikt zijn voor de scheepvaart; alleen in Zuid-Oost Turkije is een deel van de bovenloop van de Eufraat met kleine vaartuigen en vlotten bevaarbaar. Globaal gezien stromen de rivieren naar alle zijden van het Anatolisch plateau af en doorbreken op weg naar zee de randgebergten. Zij hebben een groot verval (tot 11%) en ontwikkelen derhalve een sterke erosiewerking; aan de monding vormen zij dikwijls deltalandschappen uit het meegevoerde materiaal. Zij meanderen daar vaak sterk. De grootste geheel op Turks gebied stromende rivier is de Kizil Irmak (= Rode Rivier). De Turkse meren liggen grotendeels in de beide afvoerloze gebieden en hebben deels zout, deels brak, op plaatsen met ondergrondse waterafvoer voor een deel zelfs zoet water.

 

Tuz meer

 

Plantengroei

Het centrale plateau vormt de toegang tot de steppen van Centraal-Azië. Behalve in het droge hart is er veel grasland. Tegen de flanken van uitgedoofde vulkanen, zoals de Kara Dag en de Erciyas Dagi, waarvan de hogere hellingen vaak bebost zijn, komen steppen voor, evenals op de plateaus van Oost-Turkije tussen de gebergten, bijv. rond Erzurum en Kars. Op de hellingen van de Taurus en de Antitaurus komt in lente en zomer een weelderige grasgroei tot stand. Eeuwen van houthakken en grazen hebben de bossen uitgedund en teruggedrongen (van 70% tot 26% van de oppervlakte) en hebben zelfs hun samenstelling veranderd. Het aanhoudend grazen van geiten in de westelijke kustgebergten verklaart het daar overheersende struikgewas. De rijkste bossen van Turkije liggen in het noorden, op de noordelijke hellingen van het Pontisch Gebergte die de Zwarte Zee flankeren. Eiken en hazelaars hebben van het zeeniveau tot aan het rododendronstruikgewas net onder de sneeuwlijn de overhand.

 

Dierenwereld

De dierenwereld behoort tot die van de Palaearctische Regio en is goeddeels circummediterraan van karakter met enige westwaarts opdringende Aziatische elementen. Bruine beer, wolf, wild zwijn en panter komen hier en daar nog voor; de tijger is uitgeroeid, de leeuw is al heel lang geleden verdwenen. Voor de vogelwereld is Turkije een belangrijke passeerplaats in de trek; de Bosporus is bekend om de grote stuwing van trekvogels in herfst en voorjaar. Talrijke roofvogels, aalscholvers en pelikanen broeden in Turkije; de kaalkopibis of waldrapp is helaas een uitstervende broedvogel. Een bekend reservaat is o.a. het Manyasmeer in westelijk Aziatisch Turkije, een belangrijke broed- en overwinteringsplaats voor vogels.

 

Bronnen:

Microsoft Encarta 99 Encyclopedia (Winkler Prins editie)

Het Ministerie voor Toerisme Republiek Turkije (Algemeen directoraat voor informatie)

Turkije Reisgids (Turks Nationaal Verkeersbureau)